dinsdag 18 oktober 2016

grannytas


Zo'n tas maken vraagt toch wel wat werk, 27 granny squares, maar je kan dit doen met eenvoudigere granny squares of over een lange tijdspanne (zoals bijvoorbeeld elke week één vierkant maken).

Uitleg voor één vierkant:
Maak een opzetlus en haak 3 lussen (lossen). Haak de laatste lus vast aan de eerste lus met een halve vaste. Hierdoor vormt zich een cirkeltje.
In dat cirkeltje haak je nu 7 vasten. Maakt de laatste vast aan de eerste vaste met een halve vaste. Dit was het eerste toertje.
Haak nu eerst een lus. Voor de tweede toer gebruik je een bobbelsteek telkens gevolgd door een lus (een losse). Die bobbelsteek gaat zo:
Haal de draad over je haakpen, steek je haakpen in het eerste vrije gaatje van je eerste toer, trek je draad door het gaatje naar voren. Nu zitten er drie lussen op je haakpen. Haal terug je draad over je haakpen en steek opnieuw je haakpen in hetzelfde gaatje. Trek ook hier je draad door het gaatje naar voren. Haal voor de derde keer je draad over je haakpen, steek opnieuw je haakpen in het gaatje en trek de draad naar voren. Nu zitten er al 7 lussen op je haakpen. Haal nu je draad over je haakpen en trek die in één keer door die 7 lussen tegelijk.
Haak na deze bobbelsteek een lus.
Doe dit nog 7 keer voor deze tweede toer. Er moeten 8 Bobbelsteken (BS) gehaakt worden voor één volledige toer. Haak de toer toe met een halve vaste aan die eerste BS.
Toer 3: Haak eerst een lus. En haak voor deze toer telkens 2 x BS, met daartussenin een lus, in eenzelfde steek, gevolgd door een lus. Hier moeten 16 BSen zitten voor de volledige toer. Eindig de toer terug met een halve vaste.
Toer 4: Is vergelijkbaar met de vorige toer. Ook hier moet je 2 BSen haken per steek en daarna een lus haken. Dus ‘BS lus BS lus’. In het totaal zijn dat 32 BSen.
Toer 5: Haak nog een toer van allemaal BSen. 1 BS per keer nu (geen 2).
Nu heb je een cirkel, en daar gaan we vanaf nu proberen een vierkant van de maken. 
Toer 6: Haak in elke steek een vaste (= eentje tussen 2 BSen en eentje boven elke BS = 64 vasten)
Toer 7: Haak wederom eerst een lus. Haak vervolgens een gewone vaste in hetzelfde gaatje waar je bent begonnen (= waar je de laatste toer hebt toegehaakt). 
Haak nu boogjes: haak 3 lussen en haak vast met een halve vaste in het tweede gaatje (laat dus een steek over tussen elke boogje), haak terug 3 lussen, enz. zo kom je aan 32 boogjes. Haak toe met een halve vaste.

Toer 8: daarna volg je deze reeks van steken:
Haak 3 vasten in het eerste boogje
3 vasten in het volgende boogje
3 verlengde vasten in het volgende boogje
3 dubbel verlengde vasten in het volgende boogje plus 2 lussen
3 dubbel verlengde vasten in het volgende boogje
3 verlengde vasten in het volgende boogje
3 vasten in het volgende boogje 
en nog eens 3 vasten in het volgende boogje
herhaal nog eens 3 keer deze reeks tot je helemaal rond bent.

Toer 9: 
haak 9 halve vasten
Vervolgens haak je 3 vasten
2 verlengde vasten
(nu ben je aan de hoek)
Haak in de hoek 4 dubbel verlengde vasten
daarna weer 2 verlengde vasten
3 vasten en daarna 10 halve vasten
Herhaal deze reeks nog 3 keer 

Haak nu de laatste  halve vaste toe aan de eerste van deze toer met een halve vaste en trek je draad door.
Ziezo! Een viekant!
Knip je draad af op 10 cm en naai je begin- en einddraad in het vierkant in.
Maak nog 26 soortgelijke vierkanten.


Haak nu alle vierkanten aaneen volgens het patroon. 


Voering: Meet het geheel en knip voorkant 2 x en zijkant 3 x uit een stevige stof. Stik de delen aaneen, stik de hengsels aan de stof en stik het geheel bovenaan vast. Ik heb bovenaan aan de zijkanten de bovenkant van één square aaneen gestikt, ik zie graag dat een tas breder is onderaan, maar dat hoeft natuurlijk niet.
Ziezo! Mijn nieuwe tas:



1 opmerking:

  1. Leuke tas!
    Wat een mooie granny is dit. Ga ik zeker onthouden! Bedankt voor het delen.
    Groet, Ilse (by-ik.blogspot.nl)

    BeantwoordenVerwijderen